De rechtsstaat functioneert uitstekend, totdat je ermee te maken krijgt

Als een rechter zegt dat het waar is, is het waar, ook al is het (feitelijk) onjuist.

Vraag: kan een Nederlands staatsburger, die in Frankrijk woont, en in Nederland zijn onderneming voert en daar zijn (volledige) inkomsten verwerft, zijn huis verliezen, in de wetenschap dat hij, in beide landen, aan al zijn wettelijke verplichtingen heeft voldaan?

Antwoord: Nee, wettelijk gezien kan dit kan niet. Ja, in de praktijk kan dit wel.


1. Het dossier heeft betrekking op de jaren 2010 en 2011.

2. Het dossier handelt over de heer en mevrouw Vos en hun 3 kinderen, in deze jaren woonachtig in Yssandon, Corrèze, Frankrijk.

3. Na de brand van hun verbouwde boerderij in 2005, woont het gezin Vos in een schuur van 6 bij 6 meter, welke zij eigenhandig hebben omgebouwd tot woonverblijf. Dit verhaal is opgetekend in hun boek 'Overleven in Frankrijk'.

4. De Franse fiscus start in 2013 een onderzoek in verband met de aankoop van onroerend goed door de heer en mevrouw Vos. Het betreft het woonhuis en aanverwante gebouwen van hun overleden buurman, André (Dédé) Dumont.

5. De aankoop van dit onroerend goed is gefinancierd met drie private leningen van Nederlanders voor in totaal 375.000 Euro waarvan contracten zijn opgemaakt.

6. Met deze private leningen is tevens de hypothecaire lening bij de Société Générale afgelost (voor hun afgebrande woonhuis) die de heer en mevrouw Vos niet meer konden betalen, welke tot stand is gekomen door de hulp en bemiddeling van (wijlen) Pim de Roos, ex-directeur Rabobank Parijs.

7. Het is deze Pim de Roos die de heer en mevrouw Vos op vele manieren (persoonlijk) heeft geholpen en hun boek onder de aandacht heeft gebracht bij vele mensen, zoals onder andere de ambassadeur in Parijs.

8. Tijdens vier afspraken op het belastingkantoor in Brive-la-Gaillarde overlegt de heer Vos alle papieren die tot hun beschikking staan en hij kan overleggen. Facturen met betrekking tot zijn Nederlandse onderneming worden afgewezen, omdat de inspecteur alleen onderzoek doet naar de inkomstenbelasting ('la situation privée') en derhalve, volgens zijn zeggen, niets te maken heeft met facturen van een Nederlandse onderneming.

9. De heer Vos verklaart dat de geldbedragen die de inspecteur over de Franse rekening ziet lopen betalingen zijn van Franse klanten die (nog) betalen met cheque en niet meer in Nederland geïncasseerd kunnen worden en derhalve in Frankrijk worden geïncasseerd om vervolgens de bedragen naar een Nederlandse zakelijke rekening over te maken. Alle bedragen zijn in Nederland aangegeven als deel van de omzet van de Nederlandse onderneming.

10. Aangezien de heer Vos verklaart dat zijn (enige) inkomen uit Nederland afkomstig is, van zijn Nederlandse onderneming, start de Franse Belastingdienst een (verplichte) informatie-uitwisseling op, conform de daarvoor geldende verdrag tussen Frankrijk en Nederland: "Article 28 de la convention fiscale franco-néerlandaise du 16/03/1973 Directive du Conseil 2011/16/UE du 15 février 2011 relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal et abrogeant la Directive 77/799/Cee".

11. De Franse fiscus informeert Nederland over de heer Vos als volgt: "MARCHAND DE BIENS - A exercé une activité de vente de matériels d'occasion pour l'immobilier du 01/10/2007 au 01/02/2010, sous le numéro siren 501226013". Dit is feitelijk en aantoonbaar onjuist.

12. Er staat hier namelijk dat een makelaar ('marchand de biens') detailhandelsactiviteiten uitvoert, te weten de handel in gebruikte materialen ('matériels d'occasion'). Vrij vertaald: een makelaar runt een Gamma. Dat kan (wettelijk) niet.

13. Verder, een controle van het opgegeven siren-nummer (op bijvoorbeeld societe.com) levert geen resultaat van een 'marchand de biens' op. Daarmee komt feitelijk en onomstotelijk vast te staan dat de informatie die de Fransen aan Nederland hebben gegeven feitelijk onjuist is.

14. Het opgegeven siren-nummer heeft betrekking op de onderneming van de heer Vos die hij in 2008 heeft moeten beëindigen. Het verhaal over deze gebeurtenissen die tot de beëindiging van zijn onderneming hebben geleid staan opgetekend in het boek 'Overleven in Frankrijk' dat in 2008 (!) is gepubliceerd.

15. Kortom: in 2010 en 2011 voerde deze onderneming in zijn geheel geen activiteiten uit. Wat de Franse Belastingdienst wist op basis van het feit dat er geen aangifteplicht was en derhalve ook geen aangiften werden gedaan.

16. Verder valt op dat de Franse Belastingdienst schrijft: "A exercé une activité de vente de matériels d'occasion pour l'immobilier du 01/10/2007 au 01/02/2010..." In de wetenschap dat de gegevensuitwisseling op de volledige jaren 2010 en 2011 betrekking heeft, valt op dat het hier gaat om (slechts) één (overlappende) maand, te weten januari 2010.

17. De Franse Belastingdienst overlegt geen bewijsstukken die aantonen dat de heer Vos gedurende deze periode deze activiteiten ook daadwerkelijk heeft uitgevoerd.

18. De Franse Belastingdienst misleidt hier (bewust) de Nederlandse Belastingdienst en overtreedt daarmee de wettelijke regels die verbonden zijn aan een interstatelijke gegevensuitwisseling, voor wat betreft juistheid, volledigheid en nauwkeurigheid.

19. De Franse Belastingdienst schrijft verder aan Nederland dat ze bekend zijn met grote geldbedragen die over een Nederlandse rekening zijn gelopen en uit Nederland afkomstig zijn en dat de uitwisseling tot doel heeft om de woorden en verklaringen van de heer en mevrouw Vos te verifiëren: 'Or, des mouvements de fonds importants en provenance des PAYS-BAS en 2011 sont connus de l'administration fiscale française. La demande d'échange de renseignements a pour but de valider et compléter les informations fournies par Monsieur et Madame VOS."

20. De Franse fiscus schrijft dat ze de kinderen van de heer en mevrouw Vos kennen, te weten Joelle E. Vos, Marnick J. Vos en Julien L. Vos en willen de bankgegevens/-mutaties weten van de rekeningen van de kinderen. Het betreft rekeningen die door opa van de kinderen is geopend bij de geboorte en waar opa jaarlijks een bedrag voor hun verjaardag op stort, waar ze uiteindelijk op hun 18e verjaardag de beschikking over krijgen.

21. In Frankrijk kunnen (kleine) kinderen geen bankrekening hebben. De Franse fiscus vermoedt dat de heer en mevrouw Vos deze rekeningen hebben gebruikt om geld over te laten lopen om belasting te ontduiken.

22. Conform de wetgeving heeft de Nederlandse Belastingdienst 3 maanden om te antwoorden. Indien zij hier niet aan kan voldoen, dient Frankrijk hierover te worden geïnformeerd en beargumenteerd te worden aangegeven waarom de termijn niet kan worden gehaald.

23. Zonder Frankrijk te informeren met betrekking tot de overschrijding van de wettelijke termijn, ontvangt Frankrijk de antwoorden en informatie van Nederland pas na meer dan 10 maanden.

24. Frankrijk heeft in de tussentijd tot twee keer toe aan Nederland (zowel via de attaché als direct per e-mail) een bericht gestuurd met het verzoek te reageren/antwoorden, waarbij Frankrijk aangeeft dat zij ook genoegen nemen met een gedeeltelijk antwoord. Via de attaché laat Frankrijk aan Nederland weten: "They want to know the situation of these requests and are interesting even in a partial response." De Dircofi schrijft op 17 januari 2014 aan mevrouw J.-D., hoofd van de CLO in Nederland, het volgende: "Aussi, afin de mener à bien la vérification entreprise, je vous demande de m'adresser les informations, même partielles, ..." Dit is zeer opmerkelijk, omdat gegevensuitwisseling aan strikte wettelijke regels moet voldoen, zoals volledigheid en correctheid. Een 'partial response' of 'les informations, même partielles' voldoet daar niet aan.

25. Op basis van de opgestarte gegevensuitwisseling ontvangt de heer Vos een verzoek van de Nederlandse Belastingdienst voor een boekhoudcontrole, wat, gedurende twee ontmoetingen, plaats vindt aan de keukentafel in Wageningen, waar de onderneming van de heer Vos gevestigd is.

26. Tijdens deze boekhoudcontrole, controleert de inspecteur, de heer Rudy T., onder andere de Franse betalingen per cheque, waarvan de heer Vos kopieën heeft bewaard in zijn administratie. Het zijn onder andere deze betalingen per cheque die in Frankrijk zijn aangemerkt als geld van onbestemde bron ('ressources indeterminées') voor de inkomstenbelasting.

27. Na afloop van de boekhoudcontrole belt de inspecteur de vader van de heer Vos, de heer J.H. Vos (welke zelf zijn gehele werkzame leven in dienst is geweest bij de Belastingdienst) met de mededeling dat hij een fout heeft geconstateerd in de administratie waarbij er Franse BTW (van een tankbon) is verwerkt als Nederlandse voorbelasting.

28. Hij vraagt de heer J.H. Vos of hij akkoord is als hij een naheffingsaanslag en boete hiervoor oplegt. De heer J.H. Vos is verrast, omdat hij geen keuze heeft. Hij belt hierna zijn zoon om hem hierover te informeren. De inspecteur neemt geen direct contact op met de heer Vos zelf, ondanks dat hij over zijn e-mailadres en telefoonnummer beschikt en de verantwoordelijke is van en voor de onderneming.

29. Van het uitgevoerde boekenonderzoek stuurt de Belastingdienst geen rapport. Niet naar de heer J.H. Vos in Wageningen, noch naar zijn zoon de heer Vos, in de wetenschap dat de inspecteur over het e-mailadres van de heer Vos beschikt. De heer Vos heeft derhalve nooit een rapport van de Belastingdienst ontvangen en ingezien, laat staan daarop kunnen reageren.

30. Het feit dat de inspecteur een controle uitvoert, een naheffingsaanslag en boete voor de OB oplegt bewijst dat de heer Vos in Nederland ingezetene is voor de OB.

31. In antwoord op het informatieverzoek uit Frankrijk antwoordt de Belastingdienst op 13 juni 2014 het navolgende aan Frankrijk: "Volgens de wetgeving in Nederland zijn de activiteiten tot november 2012 in principe niet belast voor de inkomstenbelasting en omzetbelasting en is de heer Vos geen ondernemer voor de inkomstenbelasting en omzetbelasting." Nederland zegt hiermee feitelijk tegen Frankrijk dat ze de heer Vos niet kent, voor zowel de IB als de OB.

32. Deze informatie is onjuist. Valselijk zelfs. Immers, iemand verplichten aangifte te doen, belasting laten betalen, controleren en boetes opleggen vloeit allemaal voort uit het feit dat hij ingezetene is voor de IB en OB.

33. Deze informatie staat haaks op de gegevens zoals die in de systemen van de eigen Belastingdienst staan.

34. Nog los van de inhoud, voldoet de bewuste zinsnede op zichzelf al niet aan de geldende juridische eisen voor internationale gegevensuitwisseling. Informatie moet correct, volledig, ondubbelzinnig en niet-misleidend zijn. De gebruikte formulering � inclusief termen als "in principe" en het ontbreken van essentiële context � schiet aantoonbaar tekort op al deze punten.

35. Nog voordat Frankrijk de informatie uit Nederland heeft ontvangen legt zij de heer en mevrouw Vos in Frankrijk een naheffingsaanslag en boete (van 40%) op voor de inkomstenbelasting voor een bedrag van ruim 465.000 Euro op basis van private hypothecaire leningen en een deel van de omzet van de Nederlandse onderneming van de heer Vos wat door de Franse Belastingdienst wordt aangemerkt als bewust verzwegen inkomen.

36. Dit bedrag loopt (door rente) vervolgens op tot 504.000 Euro.

37. De reden voor het opleggen van deze naheffingsaanslag, nog voordat de informatie uit Nederland is ontvangen, is het feit de Franse Belastingdienst zich hiertoe genoodzaakt ziet, in verband met de wettelijke termijnen. De Franse Belastingdienst neemt hiermee een groot risico, omdat - zonder de informatie uit Nederland - niet voldaan wordt aan de wettelijke grondslag om een naheffingsaanslag, inclusief boetes op te leggen.

38. Dit geldt eveneens voor de toegepaste omgekeerde bewijslast ('taxation d'office') door de Franse Belastingdienst, welke is toegepast nog voordat de informatie uit Nederland was ontvangen. De toepassing van de omgekeerde bewijslast door de Franse Belastingdienst mist feitelijk een wettelijke grond, omdat deze mag pas worden toegepast nadat uit alle opgevraagde en verkregen informatie blijkt dat informatie onopgehelderd blijkt en dit een rechtsgrond geeft om de belastingplichtige te verplichten met de bewijslast te komen.

39. Mocht uit de informatie uit Nederland blijken dat de naheffingsaanslag onterecht is, dan kan deze, volgens de Franse Belastingdienst, altijd en alsnog worden ingetrokken.

40. Wat niet gebeurt.

41. De heer Vos laat per brief van 8 januari 2014 aan de inspecteur van de Franse Belastingdienst, de heer Bruno Reuge, weten onderwerp te zijn van een boekenonderzoek in Nederland. waarmee hij bevestigt fiscaal ingezetene te zijn voor de IB en OB in Nederland en in Nederland zijn belastingen betaalt. Hij verwacht dat dit onderzoek alle duidelijkheid aan de Franse Belastingdienst zal geven. De heer Vos geeft hierbij duidelijk aan dat hij zich niet serieus genomen voelt door de inspecteur, gezien zijn (absurde) vragen en ondanks alle papieren bewijsstukken die zij overleggen.

42. De inspecteur bevraagt de heer en mevrouw Vos over (geheime) bankrekeningen in Singapore, bezit van boten, bezit en handel in drugs, bezit van (waardevolle) sieraden, etc.

43. Deze absurde vragen doen de heer en mevrouw Vos besluiten, na vier keer op het belastingkantoor te zijn geweest en alle medewerking te hebben verleend en alle tot hun beschikking staande documenten te hebben overgelegd, niet verder mee te werken aan het onderzoek, gezien het onfatsoenlijke karakter dat het onderzoek nu krijgt. En in de wetenschap dat de informatie uit Nederland aan alle onduidelijkheid een einde zal maken en hun woorden en verklaringen zal bevestigen.

44. De heer en mevrouw Vos constateren dat de inspecteur niet tevreden is met de antwoorden van de heer en mevrouw Vos en niet kan vinden wat hij in gedachten heeft (lees: tunnelvisie), namelijk de reden dat de heer en mevrouw Vos 375.000 Euro bij privépersonen hebben kunnen lenen om het onroerend goed van de erfgenamen van hun overleden buurman te kopen en een hypothecaire schuld bij de bank af te lossen op basis van hun (laag) opgegeven inkomen en inschrijving bij de Banque de France (vergelijkbaar met Bureau Kredietregistratie in Nederland). Dit ondanks de overlegging van bewijsstukken, zoals de onderliggende contracten. In de ogen van de inspecteur zijn zij het ideale doelwit om zwart geld wit te wassen door dit via hen te investeren in Frans onroerend goed.

45. De inspecteur merkt tijdens de laatste ontmoeting schamper op: "Dus als ik naar Nederland ga en mijn handen ophoud, dan krijg ik zomaar geld!?" Waarop de heer Vos antwoordt: "In uw geval waarschijnlijk niet."

46. Op 13 juni 2014 ontvangt Frankrijk de antwoorden en informatie van Nederland. De heer en mevrouw Vos worden hier niet van op de hoogte gesteld en ontvangen hierover geen informatie. Niet van Frankrijk, noch van Nederland.

47. Op 30 september 2014 legt de Franse Belastingdienst conservatoir beslag op het onroerend goed van de heer en mevrouw Vos, wat betekent dat zij hun huis en onroerende goederen niet meer vrij kunnen verkopen, zonder dat het geld van de verkoop in de zakken van de Franse Belastingdienst verdwijnt.

48. Op 27 april 2015 ontvangen de heer en mevrouw Vos een brief van mevrouw Eliane Simon, hoofd van de Franse Belastingdienst van de Corrèze, waarin zij schrijft dat niet is aangetoond dat de heer en mevrouw Vos belasting in Nederland hebben betaald.

49. Opvallend is dat de brief een opvallende en ernstige 'contradictio in terminis' bevat: "Les revenus provenant de l'activité professionnelle aux PAYS-BAS ont été pris en compte et extournés dans le calcul global de la discordance." Mevrouw Simon schrijft dus dat niet is aangetoond dat er belasting is betaald in Nederland en houdt tegelijkertijd wel rekening met Nederlandse inkomsten (waarover belasting is betaald).

50. Verder bevestigt mevrouw Simon in diezelfde brief dat de Belastingdienst zich baseert op een aanname: "Vous avez acquis une seconde maison a rénover en 2011 et pour cela vous expliquez que vous êtes endettés de 375.000 €. Cette situation ne semble en tout état de cause pas cohérente avec les difficultés économiques que vous mentionnez." Volgens mevrouw Simon is het niet aannemelijk dat je leningen (schulden) kunt verkrijgen ter grootte van 375.000 € als je in financieel zwaar weer zit.

51. Mevrouw Simon laat hier na om na te gaan op basis van welke zekerheden deze leningen zijn verkregen, namelijk de financiële vooruitzichten van de ontwikkeling van de Nederlandse onderneming, welke op dat moment (slechts) 3 (goede) maandcijfers kon overleggen, wat voor banken niet voldoende is.

52. Nog los hiervan liggen er hypothecaire contracten ten grondslag aan de leningen. Welke zijn overgelegd. Het risico voor deze leningen ligt niet bij de Franse Belastingdienst, maar bij de leningverstrekkers.

53. Mevrouw Simon kijkt (slechts) naar het verleden. De leningen zijn echter aangegaan op basis van verwachtingen in de toekomst.

54. De heer en mevrouw Vos maken bezwaar tegen de naheffingsaanslag bij het tribunal administratif in Limoges. Zonder advocaat, omdat zij van mening zijn dat zij correct aan al hun wettelijke verplichtingen hebben voldaan. Het tribunaal verwerpt echter het bezwaar, waartegen de heer en mevrouw Vos in beroep gaan bij de Cour Administrative d'Appel in Bordeaux.

55. Op 26 december 2018 ontvangen de heer en mevrouw Vos - uit het niets - een brief van de Franse Belastingdienst waarin hen wordt medegedeeld dat zij een 'dégrèvement' (afschrijving) ontvangen van 225.142 Euro na een 'examen attentif' van hun dossier.

56. In de brief staat: "Si vous le souhaitez, vous pouvez obtenir des précisions sur cette décision auprès de l'agent chargé de votre dossier dont les coordonnées figurent ci-dessus." Echter, het kader met de 'coordonnées' is volledig leeg. De brief bevat geen motivatie, noch de gegevens van de persoon die verantwoordelijk is voor het dossier.

57. De zaak komt voor bij de Cour Administrative d'Appel in Bordeaux waar de heer en mevrouw Vos zelf het verweer voeren. De rechter vonnist dat er geen reden is om aan te nemen dat de heer en mevrouw Vos bewust hebben geprobeerd belasting te ontduiken en oordeelt dat er geen reden is om (de 40%) boetes op te leggen.

58. Hiertegen gaan zowel de heer en mevrouw Vos als de Franse Staat in cassatie bij de Conseil d'Etat. De heer en mevrouw Vos zijn van mening dat er voor de naheffingsaanslag in zijn geheel geen wettelijke grond bestaat, omdat zij aan al hun wettelijke verplichtingen hebben voldaan. De Franse Staat is van mening dat de heer en mevrouw Vos wel degelijk bewust belasting hebben ontdoken (om zwart geld wit te wassen middels aankoop van onroerend goed in Frankrijk). Het verzoek van de heer en mevrouw Vos wordt afgewezen en het verzoek van de Franse Staat wordt toegewezen, en verwijst de zaak terug naar de Cour Administrative d'Appel in Bordeaux.

59. Op vrijdag 7 februari 2020 staat de heer Vos bij de Jumbo om gebak af te rekenen voor de verjaardag zijn dochter. Zijn pinpas weigert. Hij rekent in contanten af. Even later belt zijn vrouw uit Frankrijk met de mededeling dat ze boodschappen niet kon pinnen bij de Carrefour: pinpas geweigerd. Controle op de telefoon toont een banksaldo aan dat voldoende is om de boodschappen te doen.

60. Thuis gekomen ontdekt de heer Vos dat hij geen beschikking meer heeft over het tegoed op hun gezamenlijke bankrekening: de Nederlandse Belastingdienst (afdeling CLO) heeft bankbeslag gelegd.

61. Zonder enige inhoudelijke toetsing.

62. Op verzoek van Frankrijk.

63. Voor een bedrag van 767.636 Euro, zo valt te lezen in de brief van 20 januari 2020 die (later!) volgt. In de brief vermeldt de Belastingdienst dat ze de beslagvrije voet hebben vastgesteld op 0,00 Euro per maand. Dit betekent dat, omdat de heer en mevrouw Vos hun enige inkomen uit hun onderneming in Nederland verwerven, zij geen inkomen meer hebben, zodat zij kunnen voorzien in hun levensonderhoud.

64. De heer Vos belt onmiddellijk met de bank (Rabobank) die (na eerst te melden dat het wel een probleem met het pasje zal zijn uiteindelijk) doorverwijst naar de Belastingdienst.

65. De heer Vos belt maandag 10 februari 2020 de Belastingdienst waarbij er direct wordt geconstateerd dat er een fout is gemaakt. Het beslag wordt (per direct) opgeheven, nadat er twee brieven van de Belastingdienst naar de Rabobank zijn gestuurd.

66. De heer Vos besluit het dossier zelf ter hand te nemen, aangezien het dossier inmiddels zo omvangrijk wordt en niet van een Franse, noch Nederlandse advocaat kan worden verlangd om het volledige dossier te begrijpen, aangezien twee landen hierbij betrokken zijn. Dit nog afgezien van de kosten die dit met zich meebrengt.

67. De heer Vos komt hierdoor in contact met de Nederlandse Belastingdienst betreffende het Franse dossier en krijg mailcontact met behandelend ambtenaren, te weten de heer S. en K., welke, gedurende vele maanden, geen antwoord geven op de (eenvoudige) vragen van de heer Vos.

68. Op 20 november 2020 ontvangt de heer Vos ineens een e-mail van mevrouw J.-D., hoofd van de CLO van de Belastingdienst. Zij schrijft: "Geachte heer Vos, Omdat ik in de cc sta neem ik de vrijheid om op uw mail te reageren. Mijn medewerkers fungeren als tussenpersoon in het interstatelijke verkeer. Het Central Liaison Office (CLO) verzorgt alle contacten tussen de Belastingdienst en de collega belastingdiensten in het buitenland. Ook in die andere landen is een tussenpersoon (in EU verband eveneens genaamd CLO) verantwoordelijk hiervoor. De medewerkers van CLO hebben geen direct contact met de belastingplichtigen. Deze contacten lopen via de klantbehandelaars. In uw geval is dat voor de invordering de heer S. Mijn medewerker de heer K. heeft vandaag een verlofdag. Ik kan u verzekeren dat hij morgenochtend zo spoedig mogelijk de heer S. zal antwoorden. Ik hoop dat ik u hiermee heb geïnformeerd."

69. Omdat zowel de heer S. als de heer K. hun werk niet doen, schrijft mevrouw J.-D. of de heer en mevrouw Vos akkoord zijn dat zij een klacht aan hun adres indient. De heer en mevrouw Vos gaan hiermee akkoord.

70. De klachten worden gegrond verklaard.

71. Op 20 januari 2021 stuurt mevrouw J.-D. een e-mail aan de heer Vos, die bedoeld was voor haar collega (Jolanda) R.: "Ons zelfstandig richten tot de Franse fiscus is natuurlijk niet aan de orde, maar dat begrijpt de heer Vos eigenlijk ook wel."

72. Op 11 december 2021 mailt mevrouw J.-D. aan de heer Vos: "In de contacten die wij tot nu toe hebben gehad heb ik u aangegeven dat er geen sprake mag zijn van dubbele heffing door Nederland en Frankrijk ten aanzien van dezelfde inkomensbronnen. Van onze zijde hebben wij dan ook geprobeerd om de Franse Belastingdienst duidelijk te maken hoe wij voor de jaren 2010-2012 uw inkomen conform uw aangifte hebben vastgesteld."

73. In deze mail benoemt mevrouw J.-D. de kern van het probleem:

a. er mag geen sprake mag zijn van dubbele heffing door Nederland en Frankrijk ten aanzien van dezelfde inkomensbronnen en;

b. mevrouw J.-D. zegt niet dat de heer Vos in Nederland is aangeslagen door de Belastingdienst en zijn belastingen heeft betaald.

Mevrouw J.-D. wekt met deze informatie de (valse) suggestie dat de Belastingdienst aan haar wettelijke verplichtingen heeft voldaan. Maar overlegt daar geen bewijs van. Ook de wijze waarop de Belastingdienst heeft geprobeerd om de Franse Belastingdienst iets duidelijk te maken wordt niet duidelijk.

74. De Belastingdienst bevestigt hierbij dat er geen sprake mag zijn van dubbele heffing. Echter, zo stelt mevrouw J.-D., is aan Frankrijk alleen gemeld dat ze iets hebben vastgesteld, maar (dus) niet dat ze ook daadwerkelijk geheven heeft! (Zie punt 48)

75. De Belastingdienst laat na te onderzoeken en/of te vermelden of er sprake is van dubbele heffing. Ze zegt alleen dat het niet mag. Meer niet.

76. Dit is zeer opmerkelijk, omdat de Belastingdienst vrijwel direct de beslaglegging heeft ingetrokken. De vraag is dan op basis waarvan? Een dubbele heffing? Deze vraag is tot op heden nog niet door de Belastingdienst beantwoord.

77. Omdat de heer en mevrouw Vos zich afvragen waarom de Belastingdienst zonder enige verificatie beslag laat leggen, vragen de heer en mevrouw Vos zich af welke rol de Belastingdienst in het geheel speelt. Mevrouw J.-D. laat hen weten dat de Belastingdienst in 2014 informatie aan Frankrijk heeft gegeven.

78. De heer en mevrouw Vos verzoeken de Belastingdienst deze informatie te geven, wat de Belastingdienst weigert. Volgens mevrouw J.-D. moet deze informatie in Frankrijk worden opgevraagd, wat de heer en mevrouw Vos terstond doen.

79. Na veel en lang aandringen ontvangen uiteindelijk op 6 oktober 2021 de heer en mevrouw Vos de gegevensuitwisseling tussen Frankrijk en Nederland, via de Franse DIRCOFI, onderdeel van de Franse Belastingdienst die het dossier van de heer en mevrouw Vos beheert.

80. Het heeft de heer en mevrouw Vos feitelijk 20 maanden (!) gekost om de informatie boven tafel te krijgen. En dan dringt ineens het besef tot de heer en mevrouw Vos door waarom zij tot nu toe altijd in het ongelijk zijn gesteld.

81. De Franse Belastingdienst heeft al die tijd deze stukken voor de heer en mevrouw Vos achtergehouden en niet aan hen gecommuniceerd. Deze gegevensuitwisseling heeft dus ook geen deel uitgemaakt, c.q. kunnen maken van de juridische procedures in Frankrijk, waardoor de heer en mevrouw Vos een eerlijke procesgang is onthouden, omdat zij niet over alle stukken beschikten.

82. Tijdens de behandeling van de zaak door de Cour Administrative d'Appel in Bordeaux neemt de rechter de overgelegde bewijsstukken van de heer en mevrouw Vos niet in overweging en laat deze onbeargumenteerd buiten beschouwing. Het gaat hierbij o.a. om de verklaringen van de leningverstrekkers die verklaren dat zij de lening hebben verstrekt en waarom. Hiermee zou de lening niet meer als 'ressource indéterminée' aangeduid kunnen worden, omdat de bron en herkomst bekend zijn. Het Hof vonnist echter dat de heer en mevrouw Vos als belastingontduikers moeten worden aangemerkt en past de 40% boete opnieuw toe.

83. Dit is zeer opmerkelijk, omdat de Franse Belastingdienst zelf al, middels de afschrijving van 225.142 Euro (zie punt 55), heeft vastgesteld dat twee van de drie bedragen als lening moeten worden aangemerkt. De derde lening, die tegelijkertijd is aangegaan en waarvan de bedragen op exact dezelfde wijze zijn verlopen, wordt door de rechtbank aangemerkt als bewust verwegen inkomen.

84. Wat de rechter hier doet mag niet. Als een rechter stukken buiten beschouwing laat, moet dat altijd beargumenteerd gebeuren. Omdat de stukken bijvoorbeeld irrelevant zijn. Echter, in het geval van de heer en mevrouw Vos ging het om officiële, ondertekende verklaringen van de leningverstrekkers, inclusief kopieën paspoorten, etc. om de rechtbank te overtuigen dat het een hypothecaire lening betreft en geen witwassen van zwart geld.

85. Ondanks de overgelegde verklaringen oordeelt het hof dat de bedragen moeten worden gezien als inkomen dat bewust niet door de heer en mevrouw Vos is aangegeven, wat betekent dat een boete (van 40%) volgens de rechtbank gerechtvaardigd is.

86. De heer en mevrouw komen in verweer tegen dit vonnis en publiceren een website en mailen het hof hun analyse en bewijsstukken die de rechter niet in overweging heeft genomen.

87. Niet veel later stapt de betreffende de rechter op om met 'vervroegd pensioen' te gaan.

88. De rechter neemt twee advocaten in de arm en spant een civiele procedure tegen de heer en mevrouw Vos aan in verband met de website. Nadat de rechtbank in Bordeaux (tribunal judiciaire) de zaak heeft doorverwezen naar een andere rechtbank, trekt de rechter de zaak in. De heer en mevrouw Vos houden de website aan, echter onder een andere domeinnaam.

89. Uit onderzoek van de heer en mevrouw Vos is gebleken dat deze rechter in alle gevallen (in de twee jaar voorafgaand aan de zaak van de heer en mevrouw Vos) de Belastingdienst altijd in het gelijk stelde en (daarmee) meer mensen ernstig heeft gedupeerd.

90. Opmerkelijk is dat nadat de heer en mevrouw Vos het hof hebben geïnformeerd over de onjuiste uitspraak in hun zaak, deze rechter (tot haar 'vervroegde pensioen') de Belastingdienst niet meer in het gelijk stelt.

91. Zeer opmerkelijk is dat ook de Franse Belastingdienst het vonnis niet respecteert door geen gevolg te geven aan de uitspraak en de opgelegde boete (à 76.800 Euro) niet vordert.

92. Het recht kenmerkt zich echter door het feit dat een onjuiste uitspraak van een rechter (doordat deze door beide partijen als onjuist wordt beschouwd) voor recht en als juist moet worden beschouwd. In het recht heeft de rechter altijd gelijk, ook als deze geen gelijk heeft. In het recht heeft de rechter in feite het monopolie op gelijk. Het recht kent geen mechanisme om een feitelijk en aantoonbaar onjuiste uitspraak te herroepen. Hiervoor dient (door de gedupeerde) een hoger beroep of herziening te worden ingesteld.

93. Dit feit zal zich op een later tijdstip, in Nederland, nogmaals voordoen.

94. De heer en mevrouw Vos spannen een rechtszaak aan bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) via hun advocaat Yegor Boychenko. Hun dossier komt door de eerste toetsing (waarvan bekend is dat slechts circa 6 procent van de dossiers deze toetsing doorstaat). Echter ontvangen zij maanden later een brief dat hun zaak is afgewezen. Zonder beargumentering en met de mededeling dat zij hier niet tegen in beroep kunnen gaan.

95. De heer Vos, inmiddels zich steeds meer verdiepend in de materie, gesterkt door het idee dat het onmogelijk is dat je je huis en toekomst verliest in de wetenschap dat je correct en volledig aan al je wettelijke verplichtingen hebt voldaan, komt na grondige analyse tot de ontdekking en conclusie dat de verschillende rechterlijke argumentaties van de vonnissen haaks op elkaar staan. Zo heeft bijvoorbeeld het hof in Bordeaux eerst de boetes kwijtgescholden en vervolgens de boetes toegepast, op basis van exact dezelfde stukken. Daarnaast heeft het hof in Bordeaux de bewijslast voor bewuste belastingontduiking bij de heer en mevrouw Vos neergelegd, terwijl deze bewijslast op de Franse Belastingdienst rust.

96. Hij ontdekt in totaal (nota bene) vier 'fautes lourdes' (zeer ernstige, gerechtelijke juridische fouten) die een herzieningsverzoek rechtvaardigen. De advocaat, de heer Manuel Delamarre, dient vervolgens, namens de heer en mevrouw Vos, het herzieningsverzoek in bij de Conseil d'Etat (Raad van State).

97. Het herzieningsverzoek wordt door de Conseil d'Etat ontvankelijk verklaard en is in afwachting van behandeling.

98. Kenmerkend voor het dossier is dat alle gerechtelijke instanties de heer en mevrouw Vos hebben verweten geen verklaringen te hebben gegeven voor de bedragen (de zogeheten 'ressources indéterminées), maar dat geen enkele rechtbank, geen enkele rechter, geen enkele advocaat, zelfs geen enkel persoon in staat is aan te geven om welke stukken het gaat die niet overgelegd zouden zijn!

99. Ondertussen verzoekt de Franse Belastingdienst de rechtbank in Brive-la-Gaillarde de Franse Belastingdienst toestemming te geven om over te gaan tot openbare verkoop van de (enige) woning van de heer en mevrouw Vos, omdat volgens de Belastingdienst, de familie Vos Frankrijk heeft verlaten en dit, zoals de Franse Belastingdienst aan Nederland schrijft, dit hiervoor nog niet mogelijk was.

100. Echter, is dit feitelijk onjuist.

101. Alhoewel de heer en mevrouw Vos, samen met hun jongste zoon Julien, Frankrijk hebben moeten ontvluchtten in verband met de vele beslagleggingen en de onmogelijkheid om van de Franse Belastingdienst een antwoord te krijgen, is hun oudste zoon Marnick, op de leeftijd van 18 jaar, achtergebleven in verband met zijn studie.

102. Ondanks dit feitelijke gegeven en ondanks het feit dat de Franse Belastingdienst nog geen rechterlijk mandaat ('mandat judiciaire') heeft om de woning te mogen verkopen, stuurt deze desalniettemin een gerechtsdeurwaarder, de heer Lallart, langs met het verzoek de sloten van het huis van de heer en mevrouw Vos te vervangen in de wetenschap dat hun zoon daar nog woont.

103. Op vrijdag 31 mei 2024 arriveert Marnick bij zijn huis in Yssandon en constateert dat het slot van de woning is vervangen. Hij kan zijn woning niet meer in.

104. Op maandag 3 juni neemt hij contact op met de politie. Omdat op dat moment nog onbekend is wie de sloten heeft vervangen laat hij een 'main courante' opstellen. Daarin wordt vastgelegd wat er is gebeurd en wat hij heeft geconstateerd. En hij gaat verder op onderzoek uit om te achterhalen wie hier achter zit.

105. Uiteindelijk blijkt dat de gerechtsdeurwaarder, de heer Lallart, uit Brive-la-Gaillarde, zonder gerechtelijk mandaat en zonder de strikte procedures op te volgen, op onwettige wijze de deur heeft geforceerd en de woning is binnengedrongen en door een slotenmaker de sloten heeft laten vervangen.

106. Marnick besluit, in navolging van zijn ouders, een website te maken, om zo de Nederlandse Belastingdienst te confronteren met de gevolgen van hun onjuist gegeven informatie aan Frankrijk.

107. De rechter in Brive-la-Gaillarde, mevrouw Marlène Roger, oordeelt dat de Belastingdienst het huis mag verkopen. Echter doet zij dit door de ingebrachte stukken van de heer en mevrouw Vos buiten beschouwing te laten.

108. De heer en mevrouw Vos gaan in beroep bij het Hof in Limoges. De heer Vos schrijft het verweer zelf dat door de advocaat integraal wordt overgenomen en ingediend. Het beroep wordt door het Hof ontvankelijk verklaard en de zitting wordt bepaald op donderdag 19 februari 2026.

109. De Belastingdienst, welke in de communicatie met de heer en mevrouw Vos, weigert iets te ondernemen, laat staan te rectificeren, daagt de heer en mevrouw Vos voor de rechter in een kort geding inzake de website.

110. De heer en mevrouw Vos geven duidelijk en herhaaldelijk aan dat zij niet de verantwoordelijkheden voor de website zijn en dat de Belastingdienst dus aan het verkeerde adres is.

111. De heer en mevrouw Vos worden door een advocaat gewezen op het feit dat zij een eis in reconventie in kunnen dienen. Dit betekent dat zij tegeneis een schadeclaim kunnen indienen en de zaak in een bodemprocedure behandeld zal worden.

112. De heer en mevrouw Vos vinden een advocaat en vragen de rechtbank, op verzoek van de advocaat, om uitstel van de zitting, zodat hij tijd heeft om zich voor te bereiden, gezien de korte tijdsspanne. Zij schrijven aan de rechtbank: "In onze zoektocht naar een geschikte advocaat hebben wij in de heer Erwin Jonker een geschikte advocaat gevonden die ons wil bijstaan in onze zaak. Dit omdat de heer en mevrouw Vos een aanmerkelijk belang hebben bij deze zaak, omdat zij een tegenvordering, c.q. eis in reconventie willen indienen. Het recht staat het de heer en mevrouw Vos helaas niet toe dit zelf te doen, maar verplicht gedaagden tot het inschakelen van een advocaat. Deze hebben gedaagden gevonden in de heer (Erwin) Jonker. Echter is de heer Jonker, gezien de korte tijdsspanne, niet beschikbaar op dinsdag 12 november. Gedaagde verzoeken daarom de rechtbank de zitting uit te stellen waarop de heer Jonker zijn verhinderdata aan de rechtbank zal doorgeven, waarop er een eerlijk proces kan en zal plaats vinden, waarbij gedaagden hun eis in reconventie aan de rechtbank kunnen en zullen voorleggen."

113. De rechtbank wijst dit verzoek af: "Het verplaatsingsverzoek van de heer en mevrouw Vos (gedateerd 8 november 2024) alsmede de reactie van heden van mr. Kingma hierop zijn aan de voorzieningenrechter voorgelegd. De voorzieningenrechter ziet in hetgeen de heer en mevrouw Vos in hun e-mail hebben geschreven, geen aanleiding de zitting van 12 november 2024 te verplaatsen. Van een klemmende reden als bedoeld in het procesreglement is niet gebleken. De zitting blijft staan op 12 november 2024 om 11.00 uur."

114. Volgens de rechtbank in Den Haag is een eis in reconventie geen klemmende reden als bedoeld in het procesreglement.

115. De landsadvocaat, de heer Sikke Kingma, neemt desondanks contact op met deze advocaat en bespreekt de zaak inhoudelijk. Dit, terwijl deze advocaat niet kon en zou optreden als advocaat/partij in het kort geding (doordat de rechtbank weigerde uitstel te verlenen) door de korte tijdsspanne en derhalve niet inhoudelijk van het dossier op de hoogte was. De heer Kingma schaadt hiermee de privacy van de heer en mevrouw Vos. Bewust, omdat hij wist dat deze advocaat niet namens de heer en mevrouw Vos zou en kon optreden.

116. De heer en mevrouw Vos dienen een verzoek in om een videoverbinding tot stand te brengen met Marnick, zodat hij kan getuigen. Dat verzoek wordt door de rechtbank afgewezen.

117. De heer Kingma dient een verzoek in om verlenging spreektijd, wat wordt toegewezen.

118. Het kort geding vindt plaats bij de rechtbank in Den Haag, op 12 november 2024.

119. De rechter, mevrouw Anette Bordes, vonnist dat het voldoende aannemelijk is dat de heer en mevrouw Vos achter de website zitten en veroordeelt hen.

120. Opmerkelijk is dat de rechter de ingebrachte stukken van de heer en mevrouw Vos volledig buiten beschouwing laat, zoals een ondertekende verklaring van Marnick Vos die verklaart dat hij verantwoordelijk is voor de website. In het vonnis komt dit bewijsstuk nergens terug. De rechter heeft het (doel)bewust buiten beschouwing gelaten.

121. Tijdens de zitting verweerde de landsadvocaat, de heer Sikke Kingma, namens de Staat dat de Belastingdienst Marnick Vos helemaal niet kent, als reden dat de heer en mevrouw Vos zijn gedaagd.

122. Dit is feitelijk onjuist. Marnick is nota bene Nederlands staatsburger (met een Nederlands paspoort en BSN-nummer), en bij de gegevensuitwisseling met Frankrijk wordt Marnick met naam en toenaam genoemd, inclusief zijn bankrekeningnummer. De landsadvocaat liegt hier opzettelijk.

123. Wat verder opvalt is dat de rechter in haar vonnis schrijft: "...volgens Vos c.s. is ten onrechte zowel in Frankrijk als in Nederland belasting geheven over de jaren 2010 en 2011." Echter, dit is onjuist en hebben de heer en mevrouw Vos nooit gezegd en/of geschreven. De rechter creëert hier een soort van eigen verhaal, dan wel waarheid, welke niet op de stukken uit het dossier is terug te voeren.

124. Een ander opvallend element tijdens het kort geding was, namens de Staat, het optreden van de heer R., welke tot kort daarvoor collega van de rechter was bij de rechtbank Den Haag. De heer R. stelde dat alle communicatie tussen de Belastingdiensten verloopt via de attaché (in Brussel) en nooit direct tussen de Belastingdiensten.

125. Uit diverse stukken uit het dossier blijkt echter dat er wel degelijk directe communicatie tussen beide belastingdiensten plaatsvindt, dus buiten de attaché om. (Zie punt 24)

126. Dus naast de landsadvocaat, liegt ook de heer R. bewust namens het Ministerie van Financiën ten overstaan van de rechter, nota bene zijn voormalig werkgever.

127. Teneinde openbare verkoop van hun huis te voorkomen, spannen de heer en mevrouw Vos met hun advocaat Roland Mans een kort geding aan tegen de Nederlandse Staat aan op basis van EU-Richtlijn 2011/16/EU (welke de regels voor administratieve samenwerking op belastinggebied tussen EU-lidstaten bepaalt), aangezien de Belastingdienst weigert Frankrijk juist informeren en te rectificeren aangezien de heer Vos zijn belastingen in Nederland heeft betaald en dus wel een ingezetene is voor de IB en OB, zoals dat ook in de systemen van de Belastingdienst staat. De richtlijn verplicht lidstaten tot het uitwisselen van (juiste) informatie, waaronder automatische uitwisseling van gegevens over inkomsten en vermogen.

128. Bij een onjuist verlopen gegevensuitwisseling moet dit volgens de systematiek van de richtlijn én de daaronder liggende uitvoeringsregels actief worden rechtgezet:

a. De verstrekkende lidstaat (de autoriteit die de foutieve gegevens heeft gestuurd) moet onverwijld de juiste informatie verstrekken, en expliciet aangeven dat eerdere informatie onjuist of onvolledig was. Dit volgt uit de algemene verplichting tot juiste, volledige en actuele informatie-uitwisseling binnen de richtlijn.

b. Wanneer een lidstaat zelf ontdekt dat eerder verstrekte informatie fout is, moet hij spontaan (dus zonder verzoek) de gecorrigeerde gegevens doorgeven aan de andere betrokken lidstaat. Dit sluit aan bij de regels voor spontane uitwisseling: relevante nieuwe informatie (inclusief correcties) moet automatisch gedeeld worden.

c. De correctie moet plaatsvinden via dezelfde beveiligde EU-systemen (zoals CCN/CSI), en in hetzelfde gestandaardiseerde formaat, met duidelijke referentie naar de oorspronkelijke uitwisseling. Zo kan de ontvangende lidstaat de fout correct koppelen en herstellen in zijn systemen.

d. De lidstaat die de foutieve gegevens heeft ontvangen moet de gecorrigeerde informatie verwerken, en waar nodig besluiten of aanslagen herzien die op de fout gebaseerd waren.

129. In de zaak van de heer en mevrouw Vos had de Belastingdienst dus direct en spontaan moeten rectificeren toen zij de beslaglegging introk en het (Franse) verzoek tot beslaglegging afwees.

130. Indien de Belastingdienst had gerectificeerd, had de Franse Belastingdienst (Zie punt 128-c) de fout kunnen koppelen en dit herstellen in zijn systemen, wat tot resultaat zou leiden dat de onterecht opgelegde naheffingsaanslag in Frankrijk zou moeten worden herzien en zou komen te vervallen.

131. Echter, de Belastingdienst weigert te rectificeren, ondanks haar wettelijke taak daartoe.

132. Hierbij moet worden opgemerkt dat de heer en mevrouw Vos al in een eerder stadium het gesprek hebben proberen aan te gaan. Samen met hun raadsman, strafrechtadvocaat Peter Plasman, hebben zij, op 12 juli 2022, een gesprek op het Ministerie van Financiën gevoerd. Met mevrouw J.-D., hoofd van de CLO.

133. Dit gesprek had maar één doel: de Belastingdienst laten rectificeren, zodat de Franse Belastingdienst over de juiste gegevens zou beschikken en dit de woorden en verklaringen van de heer en mevrouw Vos zouden staven. Zodat zij niet meer als notoire belastingontduikers en witwassers worden gezien.

134. De toezegging aan het einde van het gesprek om erover na te denken, mondde uiteindelijk uit in een brief van het Ministerie dat er tussen partijen geen verschil van mening bestond en er dus ook geen sprake kon zijn van een rectificatie.

135. Tijdens het kort geding laat de rechter, de heer Hans Vetter, de landsadvocaat, opnieuw de heer Sikke Kingma, uitvoerig aan het woord, daar waar hij de heer Mans, advocaat van de heer en mevrouw Vos, al na drie zinnen afbreekt en verzoekt om tot de kern te komen.

136. In het kort geding voert de landsadvocaat een uitvoerig pleidooi over de door Vos gevoerde rechtszaken in Frankrijk en dat zij daar in het ongelijk zijn gesteld. En doet daarbij voorkomen dat dat toch echt hun eigen schuld is, omdat zij stukken niet hebben overgelegd.

137. Echter, hier gaat het kort geding helemaal niet over. Deze rechtszaken spelen in dit kort geding geen enkele rol. Het gaat namelijk over de Belastingdienst die haar wettelijke taak niet uitvoert op basis van de EU-Richtlijn en weigert te rectificeren. De landsadvocaat speelt een zeer manipulatief spel door continu de focus op de heer en mevrouw Vos te leggen, over wie het in deze zaak in zijn geheel niet gaat. Zij zijn slechts de partij die de rechtbank verzoekt de Belastingdienst haar wettelijke taak te laten uitvoeren. De landsadvocaat probeert met zijn pleidooi de rechter te beïnvloeden en de focus van de Belastingdienst naar de heer en mevrouw Vos te verleggen.

138. En dat werkt. De rechter trap erin.

139. Om de Staat onder een rectificatie uit te laten komen, betoogt de landsadvocaat dat de onjuiste zinsnede (zie punt 31) niet als onjuist, maar als juist moet worden gezien. Uit het onderzoek van de Belastingdienst is namelijk, aldus de landsadvocaat gebleken dat de heer Vos illegaal in Frankrijk zou hebben gewerkt.

140. En dit kan (natuurlijk) niet. Je kunt niet op basis van een onderzoek uit 2014 anno 2026 opeens (en nooit eerder) verklaren dat een onjuiste zinsnede die nooit aan de heer en mevrouw Vos is gecommuniceerd nu als juist moet worden gezien, terwijl in die gehele periode (van 12 jaar!) de heer en mevrouw Vos wel zijn aangeslagen voor de IB en OB en deze belastingen ook altijd keurig hebben betaald. Kortom: de zinsnede staat haaks op de werk- en handelswijze van de Belastingdienst. En het eigen genomen besluit. En wat er in de eigen systemen van de Belastingdienst staat.

141. Aan het einde van de zitting stuurt de heer Vetter de partijen de gang op om er gezamenlijk uit te komen. Maar waaruit? Zij kunnen immers onderling nergens uitkomen! De Belastingdienst moet rectificeren, wat zij al lang spontaan had moeten doen. Dus wat moeten zij op de gang met de Belastingdienst bespreken?

142. Opmerkelijk is dat de heer Vetter zijn collega Anette Bordes volgt, de voorzieningenrechter uit het vorige kort geding, die schreef "...volgens Vos c.s. is ten onrechte zowel in Frankrijk als in Nederland belasting geheven over de jaren 2010 en 2011."?

143. De Belastingdienst laat via de landsadvocaat aan de heer Mans weten dat de Belastingdienst niet wenst te rectificeren, wat de heer Mans aan de rechtbank doorgeeft, zodat de rechter kan oordelen.

144. De rechter wijst het verzoek tot rectificatie van de heer en mevrouw Vos af en stelt dat de heer en mevrouw Vos (illegaal) in Frankrijk hebben gewerkt op basis van een onderzoek van de Belastingdienst dat niet is ingebracht en de rechter dus ook niet onder ogen heeft gehad.

145. Door de uitspraak van de rechter is bepaald dat de heer Vos volgens de Nederlandse wetgeving geen ingezetene is voor de IB en OB en dat - als gevolg hiervan - deze bedragen ten onrechte zijn betaald en nog steeds worden geheven.

146. De heer en mevrouw Vos sturen brieven naar de Belastingdienst om de ten onrechte betaalde bedragen, inclusief rente, terug te ontvangen. De Belastingdienst weigert te reageren.

147. De Belastingdienst heeft een wettelijke motivatieplicht, maar reageert nergens op en verzoekt de advocaat van de heer en mevrouw Vos een nieuwe procedure te starten.

148. Als de heer en mevrouw Vos de Belastingtelefoon bellen krijgen zij de belofte dat ze teruggebeld zullen worden.

149. Het aantal beloftes staat inmiddels op meer dan 10, maar ze worden nooit teruggebeld...